Verdringing

(Op deze pagina wordt duidelijk waarin het grootste risico van de voorgestelde waterstoftoepassing schuilt)

Verdringing

Neem nu de twee waterstoffabrieken in Groningen en Amsterdam. Deze moeten op duurzaam opgewekte stroom gaan draaien. Daarmee maken ze waterstof waarop ze bijvoorbeeld auto’s willen laten rijden. Maar als je dit doorrekent dan hebben alleen al deze twee waterstoffabrieken letterlijk alle duurzame stroom nodig die we nu met ons allen op de Noordzee opwekken. Het gevolg is dat door deze waterstofplannen bijvoorbeeld nu gesloten kolencentrales weer in gebruik moeten worden genomen.

Daarom een eenvoudige doorrekening van de gevolgen van de bouw van twee electrolysers, één van 100 MW in Groningen en één van 250 MW in het Rotterdamse havengebied. Samen dus 350 MW. Deze electrolysers gaan samen 60.000 ton waterstof produceren. Op het totaal van 720.000 ton waterstof die er vandaag al wordt geproduceerd is dat maar 8,3 %.

Waterstof die direct in industriële toepassingen wordt benut vraagt rond 50 kWh elektrische energie per geproduceerde kilogram waterstof. Voor toepassingen in personenauto’s is, met name door de benodigde compressie en hogere zuiverheid, 65 kWh elektriciteit nodig voor 1 kg waterstof. Voor wie hier meer over wil weten is dit een goede informatiebron (www.hydrogenics.com) en op pagina 14 staat vermeld hoeveel stroom er nodig is voor een kilo waterstof.

We gaan er in de volgende berekeningen van uit dat de waterstof voor 50% industrieel en 50% voor mobiliteit gebruikt zal worden. Een gemiddelde van 57 kWh benodigde elektriciteit voor het maken van 1 kg waterstof.

60.000 ton waterstof vraagt dus 60.000 x 1000 x 57 = 3.420.000.000 kWh elektrische energie. Waar moet die energie vandaan komen. Volgens de initiatiefnemers, Nouryon, de havens van Amsterdam en Rotterdam, Engie en Gasunie, komt die stroom van windparken op de Noordzee.

In 2017 en 2018 is er met windmolens op de Noordzee jaarlijks 3.3 miljard kWh elektriciteit opgewerkt. In 2018 is er geen capaciteit bijgebouwd.

Dit betekent dat de 2 geplande electrolysers meer dan de totale opbrengst van de windmolens op de Noordzee zullen opsouperen.

Wat zijn de feitelijke gevolgen van de verdringing?

Dat lijkt mooi, maar wat zijn de werkelijke gevolgen hiervan. De duurzame windenergie kan niet meer worden benut voor warmtepompen en het direct laden van de accu’s van elektrische auto’s. Die 3,42 miljard kWh moet natuurlijk wel opgewekt worden. Dat kan uitsluitend door opwekking door kolen- en gascentrales, dit heet verdringing. Van deze fossiele centrales, zij wekken de Nederlandse stroommix op,  is bekend dat deze per opgewekte kWh 649 gram CO2 uitstoten.

60.000 ton waterstof wordt nu gemaakt door middel van steam reforming uit aardgas. Per geproduceerde kg waterstof gaat 10 kg CO2 de atmosfeer in. Met het huidige proces betekent dit een uitstoot van 600.000 ton CO2.

De duurzame windenergie kan je maar één keer gebruiken. Gaat de elektriciteit naar de electrolysers om er waterstof van te maken, dan zal die energie moeten worden opgewekt met fossiele centrales. 3.42 miljard kWh leveren per kWh dan een uitstoot op van 649 gram. Dat is maar liefst 2.219.580 ton CO2 uitstoot.

De verdringing naar fossiele opwekking als gevolg van het maken van 60.000 ton waterstof levert 2.219.580 – 600.000 = 1.619.580 ton meer CO2 uitstoot op. Zolang de initiatiefnemers van de electrolysers niet ook de benodigde windmolens bouwen, en dat gaan ze niet doen, gaat er elk jaar ruim 1,6 miljoen ton CO2 meer de atmosfeer in.

De twee geplande waterstoffabrieken zullen de komende 30 jaar jaarlijks indirect voor zo’n 1,6 miljoen ton EXTRA CO2 uitstoot zorgen. Dit is elk jaar 1,6 miljard kilo onnodige extra CO2 uitstoot. Daarmee wordt de gehele CO2 besparing van alle huidige windmolens op zee in één klap teniet gedaan.

Deze rampzalige ontwikkeling moet echt gestopt worden!